ruiken (geur afgeven)

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.
Opmerking: in het corpus niet in de voltooide tijd aangetroffen

Narcissen ruiken lekker in de tuin, maar een bosje thuis doet al vaag aan grootmoeders kakstoel herinneren.

Ze ruiken naar appel.

Ik blijf erbij dat dit ruikt naar corruptie.

De mannen ruiken nog naar chloor.

Heel die romantiek van "boeken ruiken toch zo lekker" - ik heb dat dus niet.

De tweede keer, de keer na het walsen, zal de wijn veel meer ruiken dan de eerste keer.

Die jonge ambtenaren vonden netwerken te veel naar "vriendjespolitiek" ruiken.

Vind jij de bloeiende lavendel nu ook zo lekker ruiken?

Marita schrijft over bibliotheken die stoffig zijn en ruiken naar het verleden.

Ze zijn slim, aanhankelijk, doorgaans zindelijk en ze ruiken niet.

Ze ruiken naar knoflook en gebruiken geen deodorant, althans dat leren veel Engelse kinderen van hun ouders.

Ze ruiken natuurlijk naar ui.

Het atelier in Blaricum begint te ruiken naar stoofvlees en hutspot.

Kledij, huid en adem ruiken naar verf of oplosmiddelen.

Oprispingen die naar rotte eieren ruiken.

Alles gaat anders ruiken, alles groeit en bloeit, mensen gaan opener met elkaar om.

Olie die nog bruikbaar is ruikt en smaakt goed, is niet te donker van kleur en is niet stroperig.

Meestal vind je het of heel erg vies ruiken, of heel erg lekker.

Sofie test of je daar inderdaad frisser van gaat ruiken.

Oesterzwammen ruiken lekker naar 'bos' en hebben een zeer verfijnde, haast romige smaak.

Sommige teksten ruiken naar zelfhaat, naar een verlangen om te verdwijnen.

Nog dagen later ruiken mijn handen naar het scherpe parfum.

Ze ruiken naar urine.

Het ruikt naar bier en sop, gisteren was er een schuimfeest.

Bij mij in de tuin staan ook alleen maar bloemen die lekker ruiken.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

adem

bloem

huis

mens

parfum

pronomen

alles

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

niet

sterk

voorzetselobject

Met vaste prepositie (vast voorzetsel)

naar:

alcohol

benzine

corruptie

knoflook

urine

verf

zweet

predicatieve aanvulling

adjectief of adverbium

fris

goed

heerlijk

lekker

muf

vies

zoet

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij ruiken?

blijven

doen

gaan

moeten

mogen

vinden

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met ruiken?

smaken

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.